Werk van Konitz stevig aangepakt

Sound-Lee! in De Pompoen, Amsterdam, februari 2001
Frank van Herk, de Volkskrant 23-2-2001

Cool jazz werd het genoemd, maar net als zoveel benamingen in de jazzhistorie was dat een marketingterm die eigenlijk nergens op sloeg. Want de muziek die altsaxofonist Lee Konitz in 1949 en 1950 maakte, was allesbehalve koel; de warmte werd alleen op een andere manier opgewekt dan toen gebruikelijk was. En ook de interpretatie die Jorrit Dijkstra en het Guus Janssen Trio nu aan die stukken geven , barst van de swing en de speelvreugde.

De hoofdmoot van het repertoire is afkomstig uit de periode dat Konitz samen met tenorist Warne Marsh deel uitmaakte van de coterie rond pianist Lennie Tristano, en eigenlijk zou dit project de naam moeten dragen van die goeroe-achtige theoreticus, want alle composities ademen zijn geest, of hij ze nu geschreven heeft of niet.

Lees verder
Tristano verhief het improviseren over akkoordenschema’s tot hoogste goed: het creëren van nieuwe melodieën die op telkens andere manier het harmonische skelet van vlees en bloed moesten voorzien. Daarbij zag hij af van de meer Afrikaanse aspecten van de bebop: blazers die met veel vibrato en vervorming de menselijke stem imiteren, en polyritmisch slagwerk dat zich in de discussie mengt. Het ging om de klare lijn, de fugatische doorwerking en het spontane contrapunt. De ritmesectie diende alleen te begeleiden.

Gelukkig zijn de leden van dit kwartet niet zo streng in de leer. De alt en de piano houden zich weliswaar aan de veelal unisono gespeelde, kwikzilverige thema’s van Ice Cream Konitz en Marsh Mellow (het woordspelingenvirus greep destijds flink om zich heen), maar tijdens de solo’s doen slagwerker Wim Janssen en bassist Raoul van der Weide veel meer dan het aangeven van de vierkwartsmaat; ze zijn vrij om hun eigen, opwindende accenten aan te brengen en tegenmelodieën toe te voegen. En Dijkstra heeft dan wel een lichte, vlinderende toon, hij gaat de zangerige effecten en bluesy stembuigingen niet uit de weg.

Guus Janssen is van alle Nederlandse jazzpianisten misschien wel het meest aan Tristano verwant, maar hij speelt niet alleen diens heldere, uitgebalanceerde frasen met de rechterhand. Hij varieert die aanpak met stevige, tweehandige blokakkoorden, en in het heetst van de strijd met het materiaal bestookt hij de schema’s met lekker fysieke, repeterende patronen. Of hij laat er wat clusters in ontploffen.

Other reviews about Sound Lee!